Artikelen

Alle artikelen



29 december 2016. - Steden vormen vaak een mozaïek van kleine, uiteenlopende leefgebiedjes. Hierdoor zijn steden in vergelijking met het veel grootschaliger platteland vaak rijker aan bijensoorten. Welke factoren bepalen nu hoe groot die bijenrijkdom in steden precies is? Uit een onderzoek in de Poolse stad Poznán kwamen de volgende drie voorwaarden naar voren.

  1.  Afstand tot natuurgebieden. De afstand van stedelijk groen tot grotere natuurgebieden buiten de stad bleek bepalend te zijn voor de soortenrijkdom van bijen in het stedelijk groen. Hoe kleiner deze afstand, hoe meer soorten bijen van buitenaf tot in de stad weten door te dringen. 
  2. Grote oppervlakten met voedselplanten. De dichtheden waarin de verschillende bijensoorten voorkomen bleek vooral bepaald te worden door de oppervlakte met voedselplanten. Bloemen die voor voedsel zorgen moeten in ruime mate voorhanden zijn om gezonde populaties te waarborgen. 
  3. Geringe bodembedekking. Hoe meer kale en spaarzaam begroeide bodem, hoe hoger de dichtheden aan bijen. De meerderheid van de bijensoorten nestelt in de bodem en geeft hierbij de voorkeur aan kale of spaarzaam begroeide grond. Hoe dichter de grond begroeid is met ruigte of struiken en bomen, hoe minder bijen er in nestelen. 

Deze resultaten zijn bemoedigend voor de vele initiatieven die er zijn om Nederlandse steden bijvriendelijker te maken door middel van 'bijenlinten' die de binnenstad verbinden met natuur aan de stadsrand. Ook initiatieven om gazons en bermen bloemrijker te maken door beter maaibeheer kunnen volgens dit onderzoek bijdragen aan de bijenrijkdom, omdat zij de oppervlakte met voedselplanten vergroten. Het is misschien nog het moeilijkste om aan de derde voorwaarde te voldoen: kale bodem (die niet jaarlijks omgeschoffeld wordt) is in veel stedelijk groen weinig te vinden. Hier kan bijvoorbeeld met de aanleg van nesteldijkjes en -heuvels nog wel wat bereikt worden.  

Lees hier het hele artikel.