Artikelen

Alle artikelen



23 maart 2020. - De Oostenrijkse hoofdstad Wenen telt diverse gemeenschappelijke tuinen, waarin omwonenden gezamenlijk groenten, fruit en bloemen telen. In een zojuist gepubliceerd onderzoek werden 12 van deze tuinen onderzocht op hun bijendiversiteit. De onderzoekers vonden 113 bijensoorten, waaronder verschillende zeldzame. De soortenrijkdom per tuin bleek vooral af te hangen van factoren binnen de tuinen zelf, en niet zo zeer van de omgeving. De ligging van de tuinen ten opzichte van infrastructuur, gebouwen of groene gebieden was dus minder bepalend voor de bijendiversiteit dan zaken als bloemrijkdom en de aanwezigheid van houtige gewassen in de tuinen zelf. Verder viel op dat de oppervlakte gazon een negatief verband liet zien met de bijendiversiteit. 

De onderzoekers besluiten hun artikel met een aantal aanbevelingen om gemeenschappelijke stadstuinen aantrekkelijker te maken voor wilde bijen:

  • de structuur moet gevarieerd zijn (d.w.z. verschillen in hoogte, dichtheid en samenstelling van de vegetatie);
  • geef prioriteit aan houtige planten zoals struiken en bomen samen met 'wilde hoekjes' die rommelig mogen zijn;
  • zorg voor nestelplekjes zoals kale stukjes grond, oude muren, stukken dood hout en dode takken;
  • plant een mengeling van insectbe3stoven groenten en fruit samen met inheemse wilde bloemen, die bloeien van maart tot oktober;
  • de oppervlakte gazon moet zo klein mogelijk gehouden worden. 

Het artikel is hier te vinden (geen open access).