Honingbij

Alle artikelen



8 juni 2020. - Honingbijen concurreren met wilde bijen en andere bloembezoekers om nectar en stuifmeel. Om deze reden zijn natuurbeheerders op zoek naar handvaten voor het al dan niet toelaten van imkerijen in en rond natuurgebieden. Franse onderzoekers voeren nu studies uit om zulke handvaten te vinden. In een eerder artikel raadden deze onderzoekers aan om de handvaten te baseren op bufferzones rond de bijenkasten. Deze gedachte hebben zij nu in een nieuw artikel verder uitgewerkt. 

De Franse bijenonderzoekers intoduceren enkele termen die van pas komen in de discussie en de beleidsbepaling: 

  • Apiary Influence Range (AIR) - de straal rond bijenstallen (of andersoortige locaties waar bijenkasten staan) waarbinnen competitiematen significant beïnvloed worden;
  • competitiematen - maten om competitie tussen honingbijen en wilde bijen of honingbijen onderling te meten (zoals foerageer- en reproductiesucces);
  • Wild bee land cover protection goal - de landoppervlakte die natuurbeheerders willen wijden aan de bescherming van wilde bijenpopulaties (versus de oppervlakte waarin zij gebruik van bloemproducten door honingbijen willen toestaan);

Aan de hand van deze begrippen stellen de onderzoekers enkele formules voor waarmee natuurbeheerders kunnen komen tot een plaatsingsbeleid voor bijenkasten. De toeapssing van deze formules is niet recht-toe-recht-aan en zal per gebied op verschillende manieren uitgewerkt moeten worden, maar ze zullen zeker van pas kunnen komen. 

De voorgestelde methode is gebaseerd op gebieden waar de nectar- en stuifmeelbronnen vrij homogeen over het gebied verdeeld zijn. In veel natuurgebieden zijn de beschikbare bloemen in ruimte en tijd juist heel heterogeen verdeeld. Op dit punt zal de methode in vervolgonderzoek verder moeten worden uitgewerkt. Dat geldt ook voor de vraag in hoeverre de aantallen bijenkasten per locatie in de bepalingen meegenomen moeten worden. Het huidige onderzoek is gebaseerd op 'bijenstalgroottes' van gemiddeld 30 bijenkasten. Naar verwachting zullen de bufferzones bij grotere aantallen kasten groter moeten zijn. 

Het artikel is hier te vinden (geen open access).