Artikelen

Alle artikelen



9 januari 2021. - Kniksprieten Microdon zijn buitenbeentjes onder de zweefvliegen. In tegenstelling tot andere zweefvliegen zijn ze vrijwel nooit op bloemen te vinden. Met hun relatief kleine vleugels zijn het ook geen sterke vliegers. Ook de larven van kniksprieten zijn afwijkend: deze lijken op naaktslakjes en zijn door biologen in het verleden zelfs herhaaldelijk als zodanig beschreven. Deze larven leven in mierennesten, waar ze zich voeden met mierenlarven, -poppen en -eieren. In Nederland komen vier soorten kniksprieten voor, in België vijf. Naar één hiervan, de moerasknikspriet Microdon myrmicae, is in Zuidwest-Engeland recent uitgebreid onderzoek verricht.

De larven van de moerasknikspriet leven uitsluitend in de nesten van steekmieren Myrmica, met name in die van de moerassteekmier Myrmica scabrinodis. Dit is een vrij algemene mierensoort, maar desondanks is de moerasknikspriet zeldzaam. Deze zweefvlieg neemt namelijk alleen genoegen met nesten van de moerassteekmier indien deze te vinden zijn in natte, schrale graslanden met veenmos en pijpenstrootje. 

Het onderzoek in Engeland werd uitgevoerd op drie locaties met populaties van de moerasknikspriet. Op elke locatie werden nesten van de moerassteekmier onderzocht op larven van de zweefvlieg. Deze larven werden vervolgens onderzocht op onderlinge genetische verwantschap. Enkele opvallende resultaten uit dit onderzoek:

  • de larven van de moerasknikspriet vertoonden zeer hoge onderlinge verwantschap, duidend op inteelt;
  • broertjes en zusjes van de moerasknikspriet bleken op verschillende locaties aanwezig te zijn, die soms 13 kilometer uit elkaar lagen; de vrouwtjes hebben hun eitjes dus op zeer uiteenlopende plekken gelegd;
  • per mierennest waren slechts enkele larven van moeraskniksprieten aanwezig; de dichtheden waren dus zeer laag.

Deze resultaten laten een opvallend verschil zien met de nauw verwante renmierknikspriet Microdon mutabilis (niet in Nederland, wel in België). Van die soort is namelijk bekend dat de vrouwtjes zich tijdens hun leven slechts enkele meters verplaatsen, en dat zij jaar na jaar hun eitjes in hetzelfde mierennest leggen. De moerasknikspriet is dus een stuk mobieler. Desondanks zijn de populaties in Zuidwest-Engeland nog dermate klein dat het inteeltniveau hoog is. Het is nog onduidelijk of dit in alle Europese populaties het geval is, maar gezien het overal zeer lokale voorkomen in lage dichtheden zou dit best zo kunnen zijn. Mogelijk is deze soort bestand tegen de nadelige invloeden van inteelt, bijvoorbeeld doordat schadelijke recessieve allelen worden onderdrukt. 

Het artikel is hier te vinden (geen open access).