Artikelen

Alle artikelen



1 september 2021. - Het grootste deel van het hommelseizoen zit erop, een mooi moment om terug te kijken naar de waargenomen hommelaantallen van de afgelopen maanden. Het is geen gemakkelijk seizoen geweest voor veel tellers. Het was eindelijk weer eens een normale Nederlandse zomer, niet zo heet als de afgelopen jaren. Maar het was wel vaak slecht weer, zowel in het voorjaar als in de zomerperiode. Zelf hebben we dat ook gemerkt tijdens ons veldwerk. In de grafieken met het aantalsverloop vallen een aantal dingen op.  

Totaal aantallen hommels

Het seizoen begon door het koude voorjaar vrij laat. In de aanloop in maart en april is dat niet echt terug te zien in de grafiek. De aantallen lijken in die periode vergelijkbaar met de eerdere drie seizoenen. Net als in de eerdere seizoenen is er een vroege aantalspiek te zien in het late voorjaar en een hogere piek in de zomer. Het globale beeld in seizoensverloop is dus in de vier jaren vergelijkbaar. Wat meteen opvalt is dat de totale aantallen hommels pas later in het jaar beginnen op te lopen, ten minste twee weken later dan in de jaren 2019 en 2020. 2018 valt daar een beetje tussenin. De eerste piek in hommelaantallen valt ook ongeveer twee weken later dan in de drie eerdere jaren. Dit jaar was die pas in de tweede helft van juni. In de andere jaren werd de piek in de eerste helft van juni bereikt, maar lagen de aantallen eind mei eigenlijk al hoger dan op het eerste piekmoment van dit jaar. De eerste piekaantallen waren dan ook de laagste van alle jaren tot nu toe. 

De tweede en hoogste piek in de aantallen van het seizoen 2021 is ook later dan in alle andere jaren. Vooral met 2018 is het datumverschil groot, met 2019 lijkt dat bijvoorbeeld wel mee te vallen. De hoogste aantallen werden pas eind augustus gezien en dat is vergeleken met de andere jaren uitzonderlijk laat. De late start van het seizoen en van de hogere aantallen kan vrijwel zeker worden toegeschreven aan koelere weersomstandigheden. Of de late tweede aantalspiek ook daaraan kan worden gelinkt is minder eenduidig te zeggen. Daarvoor zouden we ook gedetailleerder moeten kijken naar de weersomstandigheden tijdens de zomermaanden. 

Wat in ieder geval opvalt is dat de piekaantallen eind augustus weliswaar duidelijk lager waren dan in 2020, maar niet zo veel lager dan in 2018 en hoger dan in 2019. Het lijkt erop dat de hoogste totale aantallen hommels in de zomer daarmee wat minder te lijden hadden van de lagere temperaturen en het nattere weer dan in de voorjaarspiek. Om daar beter zicht op te krijgen is het nodig om naar het aantalsverloop van de individuele soorten te kijken. 

Vroege soorten: weidehommel en boomhommel

Voor de twee hommelsoorten met een vroeg vliegseizoen, boomhommel en weidehommel, valt meteen op dat de piekaantallen juist niet lager zijn dan voorgaande jaren. Sterker nog, de piekaantallen voor beide soorten en met name boomhommel zijn juist het hoogste van alle telseizoenen. Nu liggen de gemiddelde aantallen voor deze twee soorten altijd lager dan voor bijvoorbeeld steenhommel, aardhommelgroep en akkerhommel. Daarmee is de invloed van de De Vlinderstichting 2021 / Nieuwsbrief meetnet vlinders 6 aantallen boom- en weidehommel op de totale getelde aantallen hommels relatief klein. De reden van de lage voorjaarspiek zal eerder bij die algemenere soorten gezocht moeten worden. Het moment van de piekaantallen van met name weidehommel lijkt dit seizoen wat later te zijn geweest, net als de voorjaarspiek in totale aantallen. Voor boomhommel is dit minder evident.

Talrijke soorten: aardhommel-complex en steenhommel

Bij deze twee talrijke soorten is het late seizoen goed terug te zien in de grafiek. Bij de steenhommel valt op dat de stijging van de aantallen zelfs wel een maand later leek te beginnen dan in de andere teljaren. Bij de steenhommel lijkt het seizoen dus nog later te zijn gestart dan bij de andere hommelsoorten. Dit hebben wij tijdens ons eigen veldwerk ook teruggezien. Wat daarbij ook opviel was het late verschijnen van mannetjes steenhommel en de relatief lage aantallen daarvan. Deze lage aantallen zie je ook in de steenhommel grafiek terug. Maar ook de aantallen hommels van het aardhommel-complex liggen opvallend lager dan in de jaren 2018 en 2020. De aantallen gaan meer in de richting van die van 2019, soms wat hoger, soms wat lager. 

Al met al lijkt het waarschijnlijk dat de lage totale aantallen vooral zijn terug te voeren op een slechter seizoen van de steenhommel en de hommels van het aardhommelcomplex. Omdat de aantallen in het begin van het seizoen niet opvallend laag waren, lijkt de oorzaak niet terug te voeren naar de hete seizoenen van voorgaande jaren. We moeten ze waarschijnlijk eerder zoeken in de koele en/of nattere omstandigheden van 2021. Maar wat voor verbanden daartussen exact zijn, daarvoor moeten de resultaten nader bekeken worden. Maar goed, het hommelseizoen is laat dit jaar en zeker nog niet voorbij. Dus we roepen alle tellers hierbij op om vooral nog gebruik te maken van goede nazomerdagen om nog hommels te tellen.  

Tekst: Johan van 't Bosch (EIS Kenniscentrum Insecten)

Figuren: Chris van Swaaij (De Vlinderstichting)