Inventarisatie en monitoring

Alle artikelen



8 april 2022. - Bestuivers zoals bijen, zweefvliegen en vlinders zijn onmisbaar voor de natuur en onze landbouw. Zonder bestuivers ontstaat schade aan ecosystemen en loopt onze voedselveiligheid gevaar. In dit licht wijst een internationale groep wetenschappers al jaren op de noodzaak van een robuust Europees meetnet voor bestuivers. Daarom is nu SPRING gestart: Strengthening Pollinator Recovery through Indicators and monitoring, een onderzoeksprogramma met partners in bijna alle Europese lidstaten, gefinancierd door de Europese Commissie. De kennis die dit programma oplevert vormt de basis voor een meer natuurinclusief beleid.

Een vrouwtje grote zijdebij op een wilgenkatje (Colletes cunicularius). Foto Menno Reemer.

Langlopende onderzoeken hebben laten zien dat insectenpopulaties in Europa al decennia onder druk staan. Tegelijk bestaat er nog veel onduidelijkheid over hoe het met de diversiteit van bestuivers staat en hoe we ze beter kunnen beschermen. “We hebben betere indicatoren nodig om de stand van de biodiversiteit in Europa in kaart te brengen” legt Josef Settele uit. Settele is hoofd biodiversiteitsonderzoek aan het Helmholtz-Zentrum für Umweltforschung UFZ en coördinator van het SPRING-project. "Een Europees Monitoringsprogramma vormt de basis van zo'n meetnet voor bestuivers, en het SPRING-project is de eerste stap om dit in heel Europa van de grond te tillen," legt hij uit.

In Nederland hebben Naturalis, de Vlinderstichting en EIS Kenniscentrum Insecten de handen ineengeslagen om het project van de grond te tillen. Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van Naturalis: “De afgelopen jaren hebben we alarmerende berichten gehoord over gekelderde insectenpopulaties. Tot dusver waren we hiervoor steeds afhankelijk van onderzoeken die per toeval geschikt bleken om dit aan te tonen. Die nonchalance kunnen we ons niet langer permitteren. Een gestructureerd, internationaal onderzoeksprogramma is van groot belang. Vergelijk het met de klimaatvoorspellingen: die doen we toch ook niet door zo af en toe op een thermometer of barometer te kijken? Alleen als we inzicht hebben in hoe populaties zich ontwikkelen, kunnen we toewerken naar een duurzame leefomgeving op de lange termijn."  

Het SPRING-project start vanaf 2022 met tellingen van bestuivers in heel Europa. Vanwege de omvang van het meetwerk, roepen beroepsbiologen daarbij hulp in van vrijwilligers. “We gebruiken de Europese vlindertellingen, die al in veel landen bestaan, als blauwdruk voor het onderzoek aan bestuivers," legt Chris van Swaay van de Vlinderstichting uit. "Vlindertellingen worden gedaan door vrijwilligers die langs vaste routes de verschillende soorten en aantallen vlinders tellen. Door dat jaarlijks in alle landen op dezelfde manier te doen, krijgen we een goed beeld hoe de vlinderdiversiteit in Europa ervoor staat. Ik ben heel benieuwd hoe dat voor andere insectengroepen zal gaan.”

Theo Zeegers, projectmanager en onderzoeker bij EIS, vult aan: "Dat is inderdaad de grote uitdaging. Bijen en zweefvliegen zijn veruit de belangrijkste bestuivers, maar in het veld zijn ze lastig te identificeren. Daarom helpt EIS bij het opzetten van een trainingsprogramma om vrijwilligers te leren groepen bijen en zweefvliegen te herkennen. Dat zal niet op soortniveau zijn. Ook als we inzicht krijgen in de langdurige trends van grotere groepen, zoals hommels, is dat voor de bescherming van grote waarde."

Biesmeijer: "Het leuke van SPRING is de internationale samenwerking. Die is echt uniek. Verspreid door Europa hebben we zeer deskundige taxonomen, maar bijzonder binnen dit project is het enorme netwerk van vrijwilligers dat waarnemingen doet. Onze collega's van EIS en de Vlinderstichting hebben al veel ervaring met deze burgerwetenschappers. Samen met de educatieve insteek van Naturalis kunnen we andere landen enorm op weg helpen. We vullen elkaar internationaal op een mooie manier aan."

Het SPRING-project loopt tot de herfst van 2023. Op basis van de ervaringen zal het programma door de Europese Unie en individuele lidstaten worden voortgezet. “We hopen alle Europese staten te overtuigen om mee te doen aan dit netwerk,” zegt Settele. “Dit is de enige manier waarop we kunnen zien hoe het met onze bestuivers gaat, en hoe en waar we ze extra moeten beschermen. Alleen zo weten we of we het juiste doen. En alleen al kijkend naar onze voedselveiligheid is dat van enorm maatschappelijk belang.”

Klik hier voor meer informatie