De Nederlandse bijen




 

Hoofdstuk 1 - Inleiding
Bijen staan bekend als nijvere insecten die honing produceren. Er is echter maar één bijensoort die dat doet: de honingbij. Weinig mensen weten dat er naast de honingbij nog 357 andere soorten bijen in Nederland voorkomen, zoals maskerbijen, zijdebijen, slobkousbijen en hommels. Afgezien van hun gemeenschappelijke voorkeur voor bloemen houdt elke bijensoort er heel eigen gewoontes op na. De ene verzamelt stuifmeel op paardenbloemen, de andere op beemdkroon. De ene graaft nesten in de grond, de andere nestelt in lege slakkenhuisjes. Deze diversiteit is overal in Nederland te vinden, zelfs op balkons midden in de stad, waar metsel- en behangersbijen hun kluswerk doen. Voor het eerst is alle kennis over de Nederlandse bijen gebundeld in één boek.

  Download
   

Hoofdstuk 2 - Bijenstudies in Nederland: een historisch overzicht
Bijen en de mens delen een lange historie met elkaar. Aan de speciale relatie van de mens met de honingbij is een apart hoofdstuk gewijd. In dit hoofdstuk wordt geschetst hoe de bijenstudie zich wereldwijd en speciaal in Nederland heeft ontwikkeld en welke mensen en verenigingen daarin een belangrijke rol speelden en spelen. Overzichten van naamlijsten, determinatietabellen, verspreidingskaartjes, boeken, rapporten en proefschriften schetsen een beeld van de grote diversiteit aan bijdragen die in Nederland tot stand kwam. De bijenstudie in ons land heeft in korte tijd een rijke historie doorlopen en daarvan kunt u in dit boek de vruchten proeven. Dit hoofdstuk laat zien hoe deze vruchten gegroeid zijn.

   Download


 

Hoofdstuk 3 - Het bijenleven
Bijen blijken een grote variatie aan manieren te hebben ontwikkeld om elkaar te ontmoeten, om te paren, om nesten te bouwen en deze van voedsel te voorzien. Volwassen bijen herkennen we meestal wel, maar hoe zien een ei, larve of pop van een bij eruit? Hoe ontwikkelen zich die stadia en wat is de variatie aan verschijningsvormen tussen de levensstadia van verschillende bijen?

   Download


 

Hoofdstuk 4 - Bijen en bloemen
Bijen en bloemen: iedereen weet dat ze iets met elkaar te maken hebben, maar weinigen weten er het fijne van. Bijen blijken in lichaamsbouw en levenswijze volledig aangepast aan het verzamelen van stuifmeel. Omgekeerd zijn veel bloemen ingericht op het aantrekken van insecten,waaronder bijen. Soms is de relatie heel specifiek en zijn bepaalde bijen gebonden aan bepaalde bloemen maar vaker is de voorkeur van plant en bij minder sterk. Waardoor worden zulke verschillen veroorzaakt? De antwoorden blijken te vinden in zaken als tonglengte en nectar- en stuifmeeleigenschappen.

   Download


 

Hoofdstuk 5 - Sociaal gedrag bij bijen
Bij de meeste bijensoorten verloopt het leven van een vrouwtje na de paring in eenzaamheid. Het vrouwtje draagt in haar eentje zorg voor de nestbouw en voedselvoorziening voor haar nageslacht.  Sociale bijen doen dit anders. Zij werken samen met andere vrouwtjes bij de broedzorg. Een bekend voorbeeld is natuurlijk de honingbij, waarbij het sociale gedrag uitzonderlijk sterk is ontwikkeld. Daarnaast zijn er nog diverse andere bijensoorten die in meer of mindere mate sociaal gedrag vertonen. Dit hoofdstuk beschrijft welke vormen van socialiteit bij bijen voorkomen.

   Download


 

Hoofdstuk 6 - De honingbij
De honingbij is een van de meest bestudeerde diersoorten, samen met bijvoorbeeld ‘de muis’ en ‘de fruitvlieg’. Hoewel de honingbij door sommigen niet tot onze wilde bijenfauna wordt gerekend, mag ze ons inziens in een boek over bijen in Nederland niet ontbreken. De honingbij speelt een belangrijke rol in agrarische en natuurlijke ecosystemen en in onze cultuur. Ze is overal in Nederland te vinden omdat ze door veel imkers wordt gehouden en een groot vliegbereik heeft. Dit hoofdstuk gaat vooral over de levenswijze van ‘onze’ honingbij, maar ook de diversiteit en de verspreiding van uitheemse soorten honingbijen komen kort aan bod.

   Download


 

Hoofdstuk 7 - Parasitaire bijen
Niet alle bijen zijn nijverig. Sommige zijn ronduit lui. Zij laten het bouwen van een nest en het zoeken naar voedsel voor hun nageslacht liever over aan andere bijen. Zulke parasitaire bijen glippen bijvoorbeeld op een onbewaakt ogenblik het nest van een andere bij binnen, om daar ongemerkt hun eigen eieren in te leggen. Andere parasieten gaan minder subtiel te werk en roven gewoonweg de stuifmeelvoorraad uit het nest van andere bijen. Ruim een kwart van de Nederlandse bijensoorten maakt zich schuldig aan dergelijk gedrag. Dit hoofdstuk bespreekt de levenswijze van deze parasitaire bijen.

   Download


 

Hoofdstuk 8 - Relaties met andere insecten
Bijen en planten zijn sterk van elkaar afhankelijk. Wat minder bekend is dat ook veel andere organismen een relatie hebben met bijen. Hieronder zijn vele insecten, zoals bijenluizen, oliekevers, hommelreuzen en hongerwespen. Soms ondervinden de bijen nadeel van deze relaties, soms hebben ze er geen last van of levert het ze zelfs voordeel op. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van deze relaties en gaat in op de vraag hoe het komt dat er juist met bijen zo veel insecten geassocieerd zijn.

   Download


 

Hoofdstuk 9 - Zeven landschapstypen: hun biotopen en hun bijen
Wie kriskras door Nederland reist ontdekt al gauw dat vrijwel ons hele land in cultuur is gebracht. Dit cultuurlandschap is ontstaan door de wisselwerking tussen mens en natuur. Eenvormig is ons land echter bepaald niet. Verschillen in ontstaansgeschiedenis en bodemtype hebben gezorgd voor verschillende landschapstypen. Dit hoofdstuk bespreekt zeven Nederlandse landschapstypen en hun bijen: het heuvelland, de hogere zandgronden, het rivierengebied, het laagveengebied, het zeekleigebied, het duin- en getijdengebied en het stedelijk gebied. Binnen deze landschapstypen komen verschillende biotopen voor, elk met een eigen bijenfauna.

   Download


 

Hoofdstuk 10 - Databestand Nederlandse bijen
Vele honderden mensen hebben in de loop van meer dan 200 jaar gegevens verzameld over de verspreiding van bijen in Nederland. Genoteerd in boekjes, opgeslagen in museumcollecties of doorgegeven via websites: uiteindelijk belandden 186.147 gegevens in het databestand van de Nederlandse bijen. Op dit databestand leunt dit hele boek. Zonder dit bestand geen verspreidingskaarten, vliegtijddiagrammen en trendanalyses. Dit hoofdstuk beschrijft het databestand en de weg die de gegevens hebben afgelegd voordat zij in dit boek werden opgenomen.

   Download


 

Hoofdstuk 11 - Veranderingen in de Nederlandse bijenfauna
De spreekwoordelijke vlijt van bijen komt ook tot uiting in hun voorkomen in Nederland. De Nederlandse bijen zitten namelijk nooit stil: soorten verdwijnen en andere verschijnen, zeldzame soorten worden algemeen, en omgekeerd. Dit hoofdstuk berekent met behulp van het databestand van de Nederlandse bijen wat er zoal is veranderd in de afgelopen 100 jaar. Gaat het goed of slecht met onze bijenfauna? De resultaten stemmen somber, want het aantal afgenomen en verdwenen soorten is veel groter dan het aantal toegenomen en verschenen soorten. Maar er zijn ook lichtpuntjes.

   Download


 

Hoofdstuk 12 - Bescherming en beheer
Uit het voorgaande hoofdstuk blijkt dat bijen het in Nederland niet makkelijk hebben. Dit hoofdstuk bespreekt hoe dat komt en hoe bijen een handje geholpen kunnen worden. Bijen blijken enkele ‘lastige karaktertrekjes’ te hebben, waardoor ze niet altijd meeprofiteren van gebruikelijke maatregelen in het natuurbeheer. Deze karaktertrekjes bieden echter ook aanknopingspunten voor een bijenvriendelijk beheer. Kleinschalige dynamiek en variatie zijn hierin sleutelbegrippen.

   Download


 

Hoofdstuk 13 - Bijen en de mens
Bijen en mensen hebben een lange gezamenlijke historie. Enerzijds zorgen bijen door de bestuiving van natuurlijke vegetaties en cultuurgewassen voor een belangrijke bijdrage aan de natuur en onze voedselproductie. Anderzijds worden ze soms als lastig beschouwd. Twee groepen van bijen krijgen hier extra aandacht omdat de mens een speciale band met deze bijen heeft opgebouwd: honingbijen en hommels.

   Download


 

Hoofdstuk 14 - Bijen onderzoeken

Nog elk jaar worden er ontdekkingen gedaan op het gebied van de biologie, ecologie en verspreiding van de Nederlandse bijen. Ook nieuwkomers in de bijenstudie kunnen hieraan bijdragen. Dit hoofdstuk geeft praktische tips en ideeën om beginners op weg te helpen en gevorderden op nieuwe ideeën te brengen. Diverse observatie- en onderzoeksmethoden passeren de revue, zoals het fotograferen van bijen, het bouwen van bijenhotels en het maken van pollenpreparaten. Ook wordt een overzicht gepresenteerd van vang- en inventarisatiemethoden.

   Download


 

Hoofdstuk 15 - Bouw en functie van het bijenlichaam

Zelfs dikke bijen hebben een wespentaille. Andere kenmerkende eigenschappen van het bijenlichaam zijn de speciale vorm en beharing van de achterpoten, aangepast aan het verzamelen van stuifmeel. Bij nadere beschouwing blijkt het hele bijenlichaam vol te zitten met speciale organen, structuren en klieren, met elk een eigen functie. Dit hoofdstuk presenteert een overzicht van de onderdelen van het bijenlichaam, voorzien van een toelichting op de functie ervan. De gebruiker van de determinatietabel in hoofdstuk 16 kan op dit hoofdstuk terugvallen voor de gebruikte terminologie.

   Download


 

Hoofdstuk 16 - Bijen determineren

Bijen behoren tot de angeldragers (Hymenoptera Aculeata), tezamen met mieren en angeldragende wespen. Bijen zijn gemakkelijk van mieren te onderscheiden, maar het verschil tussen bijen en angeldragende wespen is moeilijker. We beginnen dit hoofdstuk met enkele verschillen tussen bijen en wespen, en verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes van bijen. Daarna geven we diverse tips voor het doden, prepareren, etiketteren, conserveren en determineren van bijen. Voor het determineren van bijen tot op soort worden de belangrijkste determinatietabellen op een rij gezet. Het grootste deel van dit hoofdstuk wordt ingenomen door een nieuwe determinatietabel tot de 36 bijengenera in Nederland.

   Download


 

Hoofdstuk 17 - Diversiteit, verwantschappen en naamlijst

Iedereen heeft voor zichzelf wel een voorstelling van hoe bijen er uitzien. Maar van de diversiteit aan kleuren, grootten en vormen en van de enorme soortenrijkdom van bijen hebben de meesten geen idee. Aan welke insecten zijn bijen het meest verwant? Hoe zijn de onderlinge verwantschappen? Over deze vragen gaat dit hoofdstuk. Het hoofdstuk besluit met een systematische naamlijst van alle bijen die in Nederland zijn aangetroffen.

   Download


 

Hoofdstuk 18 - Soortbesprekingen

In dit hoofdstuk worden alle in Nederland voorkomende bijensoorten afzonderlijk besproken. Zowel de genera als de soorten per genus zijn alfabetisch gerangschikt om het opzoeken te vergemakkelijken. Een systematische indeling van alle Nederlandse bijen, inclusief subgenera, is te vinden in de naamlijst in hoofdstuk 17.

   Download


 

Hoofdstuk 19 - Verklarende woordenlijst

   Download


 

Hoofdstuk 20 - Literatuur

   Download


 

Hoofdstuk 21 - Summary

   Download


 

Bijlagen

   Download


  Index
    Download
   

Over bestuivers.nl

Bestuivers.nl is een initiatief van EIS Kenniscentrum Insecten en is bedoeld als centraal punt voor kennis en informatie over wilde bestuivers in Nederland, met nadruk op wilde bijen en zweefvliegen. De website is mede tot stand gekomen dankzij het Sayers Fonds van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Over EIS

EIS Kenniscentrum Insecten is het kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden. De stichting doet onderzoek en geeft adviezen over beleid en beheer. Daarnaast houden we ons bezig met voorlichting en educatie. Bezoek hier onze website.

  

Contact

EIS Kenniscentrum Insecten 
Postbus 9517 
2300 RA Leiden 
(+31) 071 7519314 
eis@naturalis.nl   

Bezoekadres 
Vondellaan 55
Leiden