Zandbijen

Zandbijen Andrena vormen met 75 soorten het soortenrijkste bijengenus in Nederland. Er is een grote variatie in uiterlijk, zoals nevenstaande foto's laten zien. De vrouwtjes hebben lange haren aan hun achterpoten, waartussen ze stuifmeel verzamelen.


Nesten in bodem 

Alle zandbijen graven hun nesten in de bodem, afhankelijk van de soort ligt dit nest op 5 tot 60 cm diepte. Een nest kan bestaan uit een eenvoudig tunneltje met daarin enkele nestcellen, of uit een tunnel met diverse zijtakken. Elke nestcel wordt bevoorraad met een klompje stuifmeel, waarop het vrouwtje een ei legt, waarna ze de nestcel afsluit.


Kieskeurig

Veel soorten zandbijen zijn gespecialiseerd in het verzamelen van stuifmeel van bepaalde bloemen. Sommige soorten beperken zich hierbij vrijwel tot één plantensoort, zoals de knautiabij Andrena hattorfiana die alleen stuifmeel van beemdkroon verzamelt. Andere soorten zijn iets minder strikt en beperken zich tot verschillende soorten vlinderbloemen, zoals de donkere klaverzandbij Andrena labialis, die vooral op klaverachtigen foerageert. Weer andere soorten, zoals de grasbij Andrena flavipes en de gewone dwergzandbij Andrena minutula, nemen het niet zo nauw en verzamelen stuifmeel van planten uit uiteenlopende families.

 

Voor informatie over alle soorten zandbijen zie Informatie per soort.

De grasbij Andrena flavipes (9-13 mm) is een lichtbruin behaard bijtje met witachtige bandjes op het achterlijf. Het vrouwtje heeft gele schenen van de achterpoten met daarop dichte, oranje beharing. Zowel in voorjaar als zomer vliegt deze bij op grazige, bloemrijke terreinen. Foto Roy Kleukers.

 

Het vrouwtje van het vosje Andrena fulva (10-14 mm) is onmiddellijk te herkennen aan de dichte, vosrode beharing van borststuk en achterlijf. De kop, de onderkant en de poten zijn zwart behaard. Het vosje vliegt alleen in het voorjaar (maart-mei) en dan is dit fraaie bijtje vooral op allerlei bloeiende bomen en struiken te zien, zoals wilgen en meidoorns. Foto Tim Faasen (Ecologica).


Het vrouwtje van de knautiabij Andrena hattorfiana is een grote (13-16 mm), kortbehaarde, grotendeels zwarte bij met een gedeeltelijk rood achterlijf. Het is een goed voorbeeld van een kieskeurige bij: deze soort verzamelt uitsluitend stuifmeel van beemdkroon Knautia arvensis. Dit verklaart waarom de knautiabij vooral in juni en juli vliegt, want dan bloeit de beemdkroon. Foto Tim Faasen (Ecologica).

Het vrouwtje van de asbij Andrena cineraria is een grote (11-14 mm) bij met lichtgrijze beharing op kop en borststuk en een brede band van zwarte beharing over het midden van het borststuk. Het achterlijf is glimmend zwart met een blauwachtige glans. Het is een voorjaarssoort die van maart tot in juni veel op wilgen, paardenbloemen en andere bloemen te zien is. Foto Tim Faasen (Ecologica).

Mannetjes van zandbijen, zoals dit mannetje van het vosje, zijn meestal minder uitgesproken gekleurd dan vrouwtjes. Hierdoor zijn ze vaak lastiger te herkennen. Ze verzamelen geen stuifmeel en bezoeken bloemen alleen om nectar te snoepen.  Foto Tim Faasen (Ecologica).


De gewone dwergzandbij Andrena minutula is een klein (5-7 mm), donker bijtje met lichte, in het midden onderbroken haarbandjes op het achterlijf. Deze bijtjes zijn zowel in het voorjaar als in de zomer in allerlei gebieden op allerlei  bloemen te vinden. Foto Tim Faasen (Ecologica).

Over bestuivers.nl

Bestuivers.nl is een initiatief van EIS Kenniscentrum Insecten en is bedoeld als centraal punt voor kennis en informatie over wilde bestuivers in Nederland, met nadruk op wilde bijen en zweefvliegen. De website is mede tot stand gekomen dankzij het Sayers Fonds van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Over EIS

EIS Kenniscentrum Insecten is het kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden. De stichting doet onderzoek en geeft adviezen over beleid en beheer. Daarnaast houden we ons bezig met voorlichting en educatie. Bezoek hier onze website.

  

Contact

EIS Kenniscentrum Insecten 
Postbus 9517 
2300 RA Leiden 
(+31) 071 7519314 
eis@naturalis.nl   

Bezoekadres 
Vondellaan 55
Leiden