Achteruitgang bestuivers

De stille crisis van de Nederlandse bestuivers

De bestuivers in Nederland, met name zweefvliegen en wilde bijen, bevinden zich in een kritieke toestand. Terwijl beide groepen essentieel zijn voor de bestuiving van zo’n tachtig procent van de gewassen en wilde planten, is vooral de achteruitgang van zweefvliegen de laatste decennia in een stroomversnelling geraakt. Nieuw onderzoek wijst uit dat niet alleen soorten verdwijnen, maar dat de populaties zijn gedecimeerd!

Figuur 1: Artistieke impressie van de achteruitgang van zweeflvliegen in 30 jaar. 

Bijna de helft (46%) van de Nederlandse zweefvliegensoorten staat op de Rode Lijst, waarbij 30 soorten reeds zijn verdwenen en 20 soorten als ernstig bedreigd gelden. Het verlies aan het aantal individuen is nog groter dan de afname in verspreiding: het totale aantal individuen is in dertig jaar tijd met naar schatting 50 tot 90% gekelderd. Sinds 1993 is de snelheid waarmee zweefvliegsoorten uit Nederland verdwijnen bijna vervijfvoudigd, wat momenteel neerkomt op een verlies van circa één soort per jaar. Deze trend is zeer zorgwekkend omdat zweefvliegen na bijen de belangrijkste bestuivers zijn en hun larven een cruciale rol spelen bij de natuurlijke bestrijding van bladluizen. In tegenstelling tot bijen, waarbij het uitsterftempo over de decennia constant blijft, vertonen zweefvliegen een unieke en versnelde achteruitgang die direct ingrijpen noodzakelijk maakt.

De achteruitgang wordt veroorzaakt door vier hoofdfactoren: de hoge stikstofdepositie (eutrofiëring), het grootschalige gebruik van pesticiden, klimaatverandering en het intensieve landgebruik. Vooral pesticiden zijn schadelijk, omdat zweefvliegen deze gifstoffen niet alleen via bloemen maar ook via honingdauw binnenkrijgen. Ook in de omliggende landen gaan bijen en zweefvliegen hard achteruit, zo blijkt uit diverse Rode Lijsten. Hieruit blijkt dat de oorzaken van achteruitgang (stikstof, pesticiden) op grote schaal in West-Europa aanwezig zijn. 

Op grond van de Europese Natuurherstelverordening zijn lidstaten van de Europese Unie wettelijk verplicht de achteruitgang in 2030 te hebben gestopt. Hiervoor zijn vergaande en spoedige maatregelen noodzakelijk, vooral op het gebied van stikstofreductie en een drastische inperking van pesticidegebruik. Het biodiversiteitsherstel van onze bestuivers moet niet langer op lokaal niveau gezocht worden, maar vraagt om een integrale visie van bovenaf en draconische maatregelen op korte termijn.