Tellen

De route

Optie 1: U heeft al een vlinderroute
Heeft u al een vlinderroute? Dan kunt u er altijd voor kiezen om hommels op aantal te tellen. U schakelt deze optie eenvoudig in het invoerportaal in, bij “instellingen”.

Optie 2: U heeft nog geen route
Als u nog geen route heeft, is de eerste stap het kiezen van een plek waar de route komt te liggen. Deze locatie mag u zelf bepalen, in overleg met een coördinator (een medewerker van EIS Kenniscentrum Insecten). Kies bij voorkeur een gebied waar veel hommels te zien zijn of het leefgebied van een zeldzame soort. Hommelroutes lijken voor wat betreft de methode sterk op de vlinderroutes van De Vlinderstichting. Een route moet tenminste 350 meter en maximaal 1 kilometer lang zijn, opgedeeld in secties van ongeveer ongeveer 50 meter, afhankelijk van de beschikbare ruimte en herkenningspunten (zie onderstaand voorbeeld). Een route is zo eenvormig mogelijk, niet de helft in bos en de andere helft in open grasland, bijvoorbeeld. Het is het handigst als u een locatie in de buurt van uw woon- of werkplek uitkiest, zodat u voor het lopen van de route niet telkens (ver) hoeft te reizen. Als u een geschikte plek voor een route op het oog heeft en serieuze plannen heeft om de route te gaan tellen, maakt u een afspraak met een coördinator om de route samen in te meten (zie Aanmelden).

Voorbeeld van een route, opgedeeld in secties van 50 meter.

Gegevens doorgeven

Na elke telling geeft u de gegevens door via meetnet.vlinderstichting.nl. Als u uw gegevens direct doorgeeft, voorkomt u dat ze kwijtraken. Ook kunnen uw waarnemingen dan gebruikt worden voor tussentijdse analyses, die naar de tellers worden teruggekoppeld via nieuwsberichtjes. Als u uw gegevens liever later doorgeeft, bijvoorbeeld van meerdere tellingen, kan dat natuurlijk ook. Voor het doorgeven van uw telgegevens heeft u uw waarnemersnummer en een wachtwoord nodig. Dat ontvangt u na uw aanmelding. Op deze website vindt u een handleiding voor het invoeren van uw tellingen. Neem bij problemen omtrent het doorgeven van uw telgegevens contact op met dit emailadres. Voor alle andere vragen stuurt u een bericht naar dit emailadres.
 

De methode

Er kan geteld worden vanaf 1 maart tot 30 september. Dit is ongeveer het gehele vlieg-seizoen van de Nederlandse hommels. Het tellen mag zo vaak als u wilt maar tenminste één keer per maand; bij minder tellingen zijn de gegevens nauwelijks bruikbaar. Probeer uw tellingen zo veel mogelijk te spreiden over de totale telperiode. Hoe vaker u telt, hoe meer informatie de gegevens opleveren over hoe het gaat met de Nederlandse hommels.

Elke telroute bestaat uit secties van 50 meter (zie figuur linksonder). Dat zijn er tenminste 7 en maximaal 20. U loopt de route altijd in het geheel, maar de hommels worden in elke sectie apart geteld. Tijdens het tellen loopt u de route rustig één maal af en noteert daarbij per sectie alle hommels die zich tot 2,5 meter links en 2,5 meter rechts van u en tot 5 meter voor u bevinden (zie onderstaande figuur). Het tellen gaat het makkelijkst als u werkt met een notitieboekje en een vaste routine om de hommels te noteren, bijvoorbeeld met één pagina per sectie en het gebruik van afkortingen voor de soorten.

U noteert alle hommels die zich tot 2,5 meter links en 2,5 meter rechts van u en tot 5 meter voor u bevinden. Illustratie Studiolae (www.studiolae.com).

U kunt er voor kiezen om langs uw hommelroute ook dagvlinders te tellen. Dan bent u dubbel nuttig bezig. Het kan dan handig zijn om de route telkens twee keer te lopen en de groepen apart te tellen, zeker als er veel vlinders of hommels aanwezig zijn. Bespreek uw wensen met een coördinator via 
dit emailadres.

Tellen per soort of niet
De hommels kunnen, afhankelijk van uw kennisniveau, geteld worden tot op soort of als “hommel onbekend”. Deze keuze kunt u samen met de coördinator maken, we kunnen dan bepalen of u nog een cursus nodig heeft voordat de optie hommels tot op soort tellen bij uw account ingeschakeld kan worden. In de tussentijd alvast oefenen met het op naam brengen van hommels? Dat kan met behulp van de Basisgids Hommels, hier te downloaden of via email op papier te bestellen bij EIS Kenniscentrum Insecten. Ook kunt u deze online soortzoeker gebruiken. 

Protocol

  • Transect minimaal 350 en maximaal 1000 meter, onderverdeeld in secties van 50 meter
  • Hommels worden geteld per sectie
  • Minimaal één keer per maand tellen, vaker mag
  • Vanaf 1 maart tot 30 september
  • Alleen tellen bij goed weer (zie onder bij Weersomstandigheden)
  • Tellen mag per soort* of alles als hommel onbekend
  • Gegevens worden doorgegeven via meetnet.vlinderstichting.nl

* in overleg met de coördinator. 

Weersomstandigheden
De regels over weersomstandigheden en tijd van het jaar zijn voor het Meetnet Hommels iets minder streng dan voor het vlindermeetnet. Dat heeft te maken met het gedrag van hommels; zij zijn iets minder kritisch op het weer dan vlinders en ze worden ook eerder in het jaar actief. Het lopen van hommelroutes mag onder de onderstaande omstandigheden:

  • Tellen mag alleen tussen 9:00 en 18:00.
  • Tellen mag bij 10 tot 25°C. Bij kouder of warmer weer zijn aanzienlijk minder hommels actief.
  • Bij 10-15°C moet minder dan 50% van de lucht direct boven u bewolkt zijn.
  • Bij een windkracht van meer dan 5 Beaufort mag niet meer worden geteld.
  • Bij neerslag mag niet worden geteld.

LET OP: Is het tussen 1 april en 30 september? Dan mag u ook de vlinders meetellen. Dan moeten de weersomstandigheden wel voldoen aan de volgende strengere eisen:

  • Tellen mag alleen tussen 10:00 en 17:00.
  • Tellen mag vanaf 13°C.
  • Bij 13-17°C moet minder dan 50% van de lucht direct boven u bewolkt zijn.
  • Bij een windkracht van meer dan 5 Beaufort mag niet meer worden geteld.
  • Bij neerslag mag niet worden geteld.